20-05-09

Wat leert de bijbel ons over engelen?

Aangezien engelen meer op geesten lijken dan op fysieke wezens, hoeven ze nog niet zichtbaar te zijn. (Col. 1:16). Elisa bad eens dat zijn knecht het leger van engelen zou zien, dat rondom de stad lag en de jongeman ontdekte, dat hij heel veel onzichtbare wezens niet had opgemerkt. (2 Koningen 6:17)!

Als engelen verschijnen, is dat over het algemeen in menselijke gedaante. In Genesis 18, verwelkomde Abraham drie engelengasten, die aanvankelijk gewoon drie reizigers leken. In het volgende hoofdstuk gingen twee engelen naar Sodom waar men ze beschouwde als gewoon een paar menselijke bezoekers.

Uitgezonderd een betwistbare passage in Zach 5:9, verschijnen engelen altijd meer als mannen dan als vrouwen (Mark 16:5).

Soms verschijnt een engel als mens met een ongebruikelijk voorkomen. Daniël zag een engel met armen en benen die leken op gepolijst metaal en kostbare edelstenen. en een gezicht als de bliksem (Daniël 10:5-6). De engel die de steen wegrolde van het graf van Christus was als de bliksem, zijn kleding wit als sneeuw. (Matt. 28:3; Lucas 24:4). Het boek Openbaring beschrijft enkele hoogst ongebruikelijke wezens, die een variëteit kunnen zijn van een engel. Revelation 4:6-8.

Engelen in de bijbel verschijnen nooit als leuke mollige kinderen! Het zijn altijd volwassenen. Als de mensen in de bijbel een engel zagen, was hun typische reactie om bevreesd op hun knieën te vallen en hun gezicht te bedekken, doodsbang, niet om hun hand uit te steken om een schattige baby te knuffelen.

Een paar bijbelpassages beschrijven engelen met vleugels. (Jesaja 6:2,6). Andere verzen spreken over vliegende engelen en we nemen aan dat de vleugels gebruikt werden om te vliegen. (Daniël 9:21). Hoewel je zou kunnen indenken dat engelen zich kunnen voortbewegen zonder gebruik te maken van vleugels. De meeste verwijzingen naar engelen in de bijbel zeggen niets over vleugels en in gedeelten zoals Genesis 18-19,staat het wel vast, dat er geen vleugels zichtbaar waren.

- Dr. John Bechtle.

00:50 Gepost door Roman Jackers in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) | Email dit |  Facebook |

12-03-09

Origin of Life

decoration

02:06 Gepost door Roman Jackers in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) | Email dit |  Facebook |

17-01-09

Programma

De beloofde nauwkeurigheid van onderstaande data wordt door geen enkele instantie bevestigd.

Zomervakantie: (midden december tot begin maart)

- 28 december tot en met 5 januari: met Marius en co in Lima
- 6 januari tot 16 januari: met mijn familie (2de) uit Juliaca en Thomas in Cusco
- 16 januari tot 26 januari: met andere familie (3de) voor twee weken in Cusco
- 26 januari tot 2 januari: met Marius en co in Montañita (Ecuador)
- 2 februari tot 6 februari: Chiclayo
- 7 februari tot 13 februari: terug in Juliaca met andere familie (4de)
- 10 februari: met Thomas en Belgische copains in Puno
- 13 februari tot 15 februari: met familie, Thomas en Sien in
Mollendo
- 15 februari tot 20 februari: met familie in
Arequipa
- 20 februari tot ...: terug in Juliaca
- 25 februari tot 2 maart: volksdansen en feest in Juliaca met familie, Thomas en Marius
- 2 maart: school herbegint

p.z. Nieuw adres aan uw linkerzijde.
Meer specifiek en in dit geval zeker nuttig voor de lezer met een minder ontwikkeld oriëntatievermogen: (ik denk dan vooral aan het vrouwelijke deel van de bezoekers, met hun vaak aangeboren gebrek om met instructies betreffende de te volgen richting, denken we maar aan het lezen en interpreteren van stads- en/of landkaarten en dgl., om te gaan, ) in de kantlijn van deze uiterst geüpdate webpagina.
De informatie die in deze voetnoot is vrijgegeven is gebaseerd op nauwkeurig en langdurig wetenschappelijk onderzoek omtrent de vrouwelijke breinfuncties en is allerminst gepubliceerd om enige spanning te veroorzaken tussen de beiden geslachten,
al is het toch weer een uitstekend voorbeeld van de mannelijke superioriteit.

Jow,
Roman

 

 

18:57 Gepost door Roman Jackers in Algemeen | Permalink | Commentaren (3) | Email dit |  Facebook |

05-12-08

Chuck Norris

Chuck Norris can kill two stones with one bird.
Chuck Norris was the first man ever to defeat a brick wall in a tennis match.
O
n his birthday, Chuck Norris randomly selects one lucky child to be thrown into the sun.
Chuck Norris played Russian Roulette with a fully loaded gun and won.
Simply by pulling on both ends, Chuck Norris can stretch diamonds back into coal.
Chuck Norris doesn't play god. Playing is for children.
Chuck Norris did in fact, build Rome in a day.
Chuck Norris doesn't read books. He stares them down until he gets the information he wants.
In a fight between Batman and Darth Vader, the winner would be Chuck Norris.
Chuck Norris can win at solitaire with only 18 cards.
Chuck Norris' first job was as a paperboy. There were no survivors.
Chuck Norris was once in a knife fight, and the knife lost.
Chuck Norris makes onions cry.
Love does not hurt. Chuck Norris does.
Chuck Norris invented all 32 letters of the alphabet.
Chuck Norris can watch an episode of 60 minutes in 22 seconds.
Chuck Norris invented the apple.

Chuck Norris beat Minesweeper in 5 seconds.

romangood


23:10 Gepost door Roman Jackers in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) | Email dit |  Facebook |

15-11-08

Cusqueña

¡Waarschuwing! Het in één ruk doorlezen van onderstaande tekst kan ernstige schade toebrengen aan uw gezondheid. De kans dat u oververmoeid raakt en eveneens verward door de inhoud is zeer reëel. De auteur is immers niet verantwoordelijk voor mogelijke ongevallen. Voor u beslist dit juridisch aan te vechten, overpeinst u best het feit dat ik over een familielid in de eerste graad beschik met de nodige contacten in het gerechtelijk milieu. Indien u zich de vraag stelt of er niets mankeert aan de mentale toestand van de schrijver, ben ik geneigd te antwoorden dat u hoogstwaarschijnlijk niet de enige bent die zich dit, na het diagonaal overlopen van de tekst, afvraagt. In ieder geval veel amusement toegewenst. (Aan epileptische patiënten wordt aangeraden om vanaf hier verder te lezen in aanwezigheid van een, in degelijke gezondheid verkerende, volwassene en om de 5 minuten een rustpauze in te lassen.)

Gegroet,

Een week geleden had ik de eer om, in het sfeervolle gezelschap van mijn vermeende klasgenoten, een Duitser, een Deen en een Mormoon op schoolreis te vertrekken in noordelijke richting. Het plan was om op weg te gaan naar Tumbes, de laatste halte in Peru alvorens de doorsnee avonturier de Ecuadoriaanse oversteekt. Voor de trip moest elk van ons enkel 720 soles neertellen, een bedrag waarmee men hier een huis kan kopen, garage inclusief (mits degelijke onderhandeling met de verkoper). Er werd van ons verwacht zondagochtend paraat te staan aan een bushalte aan de rand van de stad, op een uur dat zelfs Willem-jan Raddoux begint te overwegen om onder de lakens te kruipen, zijnde drie uur in de morgen. Bij het vernemen van het uur van vertrek, was er bij Thomas het geniale idee te binnen geschoten om wakker te blijven tot dan. We hadden echter geen rekening gehouden met het feit dat het Juliacaanse nachtleven begint en ook meteen eindigt om 18u . Vanaf dat moment is de stad in handen van straatbendes en honden. Dit belette ons echter niet om, na het bekijken van twee Spaanse films, veilig te arriveren op de plaats van afspraak. Veertig minuten te laat waren we, dus ruim op tijd naar Zuid-Amerikaanse norm.

We passeerden de daarop volgende dagen de hieronder vermelde steden:

(Vergeef mij het gebruik van de opsommingstekens in de volgende alinea ter vervanging van de gebruikelijke volzin, n.v.d.a.)

-         Juliaca ~ Arequipa (4 u)

Arequipa, ciudad blanca, tweede grootste stad van het land en thuishaven van Arequipeña.

-         Arequipa ~ Lima (15 u)

Lima, hoofdstad aan de kust, tevens centrum van overbevolking, vervuiling en Limanezen. Deze uit zijn voegen gebarste metropool telt acht en een half miljoen inwoners, dat is 1362 keer de Hoegaardse bevolking. Al lopen de door mij geraadpleegde bronnen toch enigzins uiteen wat betreft dit duizelingwekkend aantal. Toch kan er met een zekerheid van 53 procent gezegd worden dat het inwonersaantal zich binnen het interval 6.500.000 en 11.500.000 bevindt. De student statistiek kan bevestigen dat met deze nauwkeurigheidsgraad verder onderzoek overbodig is. Een hertelling zou trouwens zeer tijdrovend zijn, aangezien de regionale overheden niet over geboorteregisters beschikken en de achterhaalde ‘het-aantal-inwoners-wordt-met-de-hand-geteld-methode’ hier nog steeds is gebruik is.

-         Lima ~ Trujillo

-         Trujillo ~ Piura

-         Piura ~ Mancora

Mancora, kuststad, onmoetingsplaats voor toeristen, surfers, verboden verdovende middelen en aangespoelde zeedieren.

-         Mancora ~ Tumbes

à Lima ~ Tumbes: 15 u

 In Mancora op de terugweg hadden de kinderen opnieuw de gelegenheid om de oceaan in te duiken. De zeelucht echter deed sommige leerlingen twee zaken vergeten, namelijk de onderstroming en het feit dat niemand ooit de moeite had gedaan om ze de kunst van het zwemmen te onderrichten. Al snel waren er drie dwazen afgedwaald van de kustlijn, op weg naar Australie of Azie, afhankelijk van de beweging van het zoute water. Ondertussen hield ik verblijf op het gouden strand, genietend van het zand dat in mijn gezicht blies. Als een donderslag bij heldere hemel kreeg ik de opdracht om de drie drenkelingen uit hun hachelijke situatie te redden. Half verlamd door de hitte zwom ik met de snelheid van een mol met twee poten richting slachtoffers. De ontmoeting verliep niet zo hartelijk als verhoopt. Torres, werkelijk een elitezwemmer, had zich tegen alle verwachtingen in toch wel stevig in de nesten gewerkt. Het enige lichaamsdeel dat zich niet onder de waterspiegel bevond, was zijn rug. Blijkbaar was de jongeman er niet van op de hoogte dat hij met de neus en de mond in het vissenrijk niet in staat was lucht in de longen te krijgen. Hij had zich niet snel gewonnen gegeven, maar na enkele minuten had de vermoeidheid toch de bovenhand genomen. Wanneer ik Torres omdraaide kwam er wit schuim uit zijn mondholte gevloeid. Waarschijnlijk probeerde hij de levensnoodzakelijke zuurstof uit het water te halen. De combinatie zeewater en ademhalingsorganen bleek echter weinig effectief. De citroenzuurcyclus werd onderbroken met als pijnlijk gevolg dat zijn lichaam schijnbaar levensloos op het water leek te drijven. Een minuut later lag de toerist op het strand twee liter water uit te hoesten. Gelukkig waren ook Italo en Marius te hulp geschoten om de andere twee musketiers veilig aan wal te helpen. Eind goed, al goed. Toch had ik graag de reddersprong eens in de praktijk gebracht, maar in de oceaan wordt deze beweging algemeen als redelijk zinloos beschouwd. Veel had ik ook niet gevraagd als dankbetuiging, iets kleins, benoeming tot baron, een kamer vol gestolen Incagoud of de eigendomsakte van de zilvermijnen in Potosi om maar een paar voorbeelden te noemen. Maar in de plaats hiervan kreeg ik chagrijnige blikken toegeworpen omdat de numerieke waarde van mijn reactiesnelheid het negatieve bijna benaderde. Als beloning kreeg ik een bord vol rijst en verwaarloosbare hoeveelheden van smaakvollere voedingsstoffen aangeboden. De reis aten we trouwens drie maal per etmaal de witte granen. De Peruaanse moet in elk  geval niet onderdoen voor de befaamde Chinese rijstconsumptie. Misschien was het ook maar best dat we de reddingsactie niet van de daken hebben geroepen. We bevonden ons die uren namelijk op een privaat domein en het is in de geschiedenis al te vaak voorgekomen dat de echte helden voor een vaak miniem misdrijf onterecht voor ondervraging naar het politiebureau worden gesleurd.

-         Mancora ~ Lima

-         Lima ~ Arequipa

-         Arequipa ~ Juliaca

à Tumbes ~ Juliaca: 34 u

Tijdens de heenreis in Mancora ontving ik van mijn nieuwe zus een sms in haar beste Engels, waarin vermeld stond dat ik mij, na thuiskomst, meteen naar Cusco moest begeven, aangezien de rest van de familie daar gestationeerd was. Het tekstbericht kwam toch wel ongelegen. Ik was juist aan het genieten van Marius’, toch wel eigenaardige, filosofie over de golven van de oceaan. Ofwel was de zeelucht de boosdoener, ofwel de alcohol of de gedachte aan de vaderlandse oorlogsgeschiedenis, maar de jongeman had de controle over zichzelf wel grotendeels verloren. De onzin die hij uitkraamde overtrof het gezever dat ik hier nu tijdens de les literatuur over het Russische realisme zit te schrijven.

Cusco dus, lang geleden de hoofdstad van de Inca’s en daarna overrompeld door de Spanjaarden, God weet wat er vandaag door de straten doolt. Toch ligt het niet in mijn aard een dergelijke uitnodiging te weigeren. Dus vertrok ik de dag na het einde van de schoolreis om acht uur in de morgen richting Cusco. De bus deed er maar zes uren over om tot de bestemming te geraken. De regionale overheden zijn er al jaren van op de hoogte dat het plaatsen van een grensaanduiding tussen het departement Puno, zo groot als België, en het departement Cusco, eveneens niet klein te noemen, verspilling van het belastingsgeld zou zijn. Zelfs een kleuter weet hier dat, wanneer het gras zijn gele kleur verliest en een groene tint aanneemt, je Puno verlaat en Cusco binnengaat. Van achter het busraam kon ik ook met mijn eigen ogen vaststellen waarom de 15 miljoen indianen de natuurlijke en vegetatierijke omgeving rond Cusco als uitvalsbasis verkozen boven het dorre Puno, Juliaca incluis.

Het verblijf ter plaatse was redelijk sfeervol te noemen. Daar zorgden vooral de zatte nonkels voor, die zaten te beweren dat het Ardennenoffensief de laatste overwinning van nazi-Duitsland was. Ik weet niet wat ze die mensen hier allemaal hebben wijsgemaakt toen ze nog als kleine kinderen in schooluniform het gezag van de instelling zaten te ondermijnen. Over zatte nonkels gesproken, de Jose, mijn vader hier, wordt ook een heel stuk plezanter na het nuttigen van een vijftal Cusqueña’s. Ik voelde mij toch niet enorm veilig op de achterbank van de auto, met Jose achter het stuur. Vooral toen ik bemerkte dat hij, voor elke bocht dat hij aansneed, het geluid van een racewagen imiteerde. Het is misschien ook nuttig om te weten dat we ons op dat moment niet op de Peruviaanse vlakten bevonden, maar wel in de bergen die de heilige vallei van de Inca’s omringden. Als je daar, door roekeloos rijgedrag, de vallei intuimelt, mag je er zeker van zijn dat je hetzelfde lot bezegeld bent als koning Albert 1 op zijn laatste bergexpeditie.

In die dagen heb ik meer dan 5000 km afgelegd, d.i. 61 keer de RAVEL (heen en terug weliswaar) of de afstand die het licht aflegt in 0.017 seconden. Ook heb ik meer als 80 u in een bus doorgebracht, dit zijn 288000 seconden of de tijd waarin gitarist Steve Vai, indien hij gedurende die tijd het tempo van ‘The Riddle’ aanhoudt, zijn snaren 5990400 keer aanslaat.

De bevoorrechten die over mijn e-mailadres beschikken kunnen ook de foto’s bewonderen. Indien u serieuze problemen ondervindt met het zoeken en niet weet waar ze zich exact bevinden, kan u altijd overwegen om Robbert Jan Jackers te raadplegen. Hij zal u met veel plezier te hulp schieten. Zijn GSM-nummer is mij echter niet volledig bekend. Toch kan ik met trots melden dat ik er zeker van ben dat er eenmaal en slechts éénmaal het nummer 4 in voorkomt. Nu blijven er voor u enkel 10 miljard mogelijkheden over. Indien u over geen karakter beschikt en beslist de zoektocht vroegtijdig te staken kan u altijd het volgende telefoonnummer draaien: 016/76.73.76. Vooral na 23u en in het weekend is er een aanzienlijke kans dat u hem daar aantreft.

Tot weerziens, tenzij Guzman uit de gevangenis ontsnapt met behulp van een getatoeëerd grondplan van de gevangenis op de buik van een collega. Indien hij na zijn ontsnapping de snode plannen koestert om de militaire basis van een strategisch goed geplaatste, dicht bij het meer gelegen stad in de zuidelijke Andes te bombarderen, ben ik wel gezien. Als ik nog niet meteen na de aanval op weg ben naar het hemelrijk, word ik waarschijnlijk door de kracht van de explosie op straat geslingerd, waarna de guerilla’s van Movimiento Revolucionario Tupac Amaru of Sendero Luminoso mij naar de jungle voeren, waar ik op sabotagemissies word gestuurd met een overlevingskans van 2,16 procent. Indien dit moest gebeuren, is de kans dat wij elkaar nog ooit in levende lijve ontmoeten, redelijk summier. Máár, maak u geen zorgen over de communistische rebellen, het is veel waarschijnlijker dat ik hier in Juliaca met een mes in de rug wordt gestoken.

Met achtingsvolle groet,

Roman

Post Scriptum: Mijn nieuwe adres kan gevonden worden aan de linkerzijde van deze pagina.

Post Scriptum II: Indien iemand de gemiddelde hoogte van een Belgische boom kent, mag deze persoon mij altijd mailen. Deze vraag is mij hier immers al meermaals gesteld, om voor mij onbekende reden. Als u dan ook nog eens zo vriendelijk zou kunnen zijn mij diamanten op te sturen, hét middel ter verhoging van de status, iets waar ik toch wel sterk op uit ben.

 

 

19:02 Gepost door Roman Jackers in Algemeen | Permalink | Commentaren (6) | Email dit |  Facebook |

26-10-08

Mel Gibson

'Give me my 18 dollars!'

decoration


decoration


 

05:37 Gepost door Roman Jackers in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) | Email dit |  Facebook |

28-09-08

Francisco Pizarro

Beste,

De oninteressante inhoud der doorsnee Peruaanse les heeft mij ertoe gedwongen om me in de Zuid-Amerikaanse geschiedenis te verdiepen. Na de onderwerping van de lectuur was ik meer dan ooit gefascineerd door de pre-columbiaanse beschavingen en was mijn afkeer voor de Spaanse veroveraar groter dan ooit tevoren. Ik voel me dan ook verplicht enkele opvallende feiten op te sommen omtrent de conquistadores en diens slachtoffers, opdat u, de onwetende lezer, ook degelijk geïnteresseerd zou raken en/of dat uw reeds bestaande interesse gestade zou blijven. Ik moge dan ook verhopen dat mijn schrijven uw ganse goedkeuring zal kunnen genieten. ¡Leve de beschaving!

Ziehier een aantal redenen waarom ik mij een fiere Europeaan voel:

‘In 1530 ging Pizarro voor anker aan de noordkust van Peru. Het onmiddellijke gevolg was het uitbreken van een pokkenepidemie onder de inlandse bevolking, waaraan ook Inca Huayna Capac bezweek. Zijn twee zoons Atahualpa en Huascar betwistten elkaar de troon en er brak een broerderstrijd uit die het land volkomen zou verzwakken.’

‘De troepen van Pizarro vestigden zich in Cajamarca, ten zuiden van Tumbes. Onder valse voorwendsels lokten ze Atahualpa naar Tumbes en namen hem vervolgens gevangen, ondanks zijn grote militaire overmacht. Pizarro eiste een gigantisch losgeld: de kamer van 35 vierkante meter waarin Atahualpa werd gevangengehouden moest tot een hoogte van 2 m met goud en zilver worden gevuld. Alhoewel het losgeld binnen de termijn volledig werd betaald, werd de Inca toch niet vrijgelaten, maar ter dood veroodeeld, zogezegd wegens samenzwering met zijn generaal Runinagui.’

‘Een jaar na de tragische gebeurtenissen in Cajamarca stonden de Spanjaarden voor de poorten van Cuzco. Ze hadden de Incaweg genomen die sommige Spanjaarden herinnerde aan de Romeinse heirbanen die ze tijdens hun Italiaanse campagnes hadden kunnen bewonderen. Overal langs de weg stonden de door de Inca’s onderdrukte volkeren op en ze sloten zich aan bij de veroveraars, de Chimú en de Cañari op kop. Die hadden immers nog een appeltje te schillen met de Inca’s. Op 15 november 1533 stonden ze voor de poorten van het godsdienstige, economische en politieke hart van het Incarijk, op 3320 m hoogte. Manco Capac, zoon van Huascar, wachtte hen op en ontving ze in stijl. Het was een schitterende intrede, precies op de dag van een religieus feest. Toen zagen de soldaten echter de overvloed aan goud en de smaad aan het ware geloof. Dat resulteerde in de genadeslag voor de Inca’s. De hogepriesters werden vermoord en alle gouden beelden werden gestolen. Het plunderen was begonnen, vergelijkbaar met het leeghalen van Constantinopel door de westerse christenen in 1204. De massa goud die als losgeld voor Atahualpa werd betaald, was duidelijk nog niet voldoende. Vierhonderd tempels werden volledig met de grond gelijkgemaakt. Op hun ruïnes zouden de kolonisten later hun nieuwe gebouwen optrekken.’

‘Net zoals de Azteken, die bij man-tegen-man gevechten hun tegenstanders nooit doodden, omdat ze de gevangenen nodig hadden om aan de goden te offeren, verschilden ook de oorlogsstrategieën ook van de Inca’s ook sterk van die van het oude continent. Niet dat ze een hoffelijke oorlog voerden, maar fatsoenlijk was hij wel, omdat bij elke militaire actie rekening moest worden gehouden met bepaalde godsdienstige rituelen. Het doel was niet de vernietiging van de vijand, maar wel de uitbreiding van het grondgebied en het verwerven van nieuwe onderdanen annex slaven. De goden en tempels van de overwonnenen werden gewoon toegevoegd aan het pantheon van de overwinaars. De moord- en vernielzucht van de blanken bracht de Inca’s compleet van de wijs. De hoofdreden van de schijnbare passiviteit van de Inca’s is dat ze gewoon niet wisten wie hun tegenstanders waren. Was de komst van de blanken aangekondigd door Viracocha? Was het de God die net zoals Quetzacóatl in Mexico zijn troon opnieuw opeiste? De legende voorspelde slavernij en dood voor de usurpator. Pizarro kon bogen op de ervaringen van Cortés en wist de Inca’s op een handige manier te bespelen door verwarring te zaaien. Bovendien had Pizarro wel een duidelijk doel voor ogen en maakte hij handig gebruik van de mankracht van de vele erfvijanden van de Inca’s.’

‘Keizer Karel, koning van Spanje, zond Vaca de Castro als gouverneur naar Peru om de rebellen te onderwerpen. Die liet Diego el Monzo, zoon van Almagro, folteren en wurgen. Na de terugkeer van de vrede begon hij een schijnbare organisatie die de exploitatie van de nieuwe kolonie in goede banen moest leiden. Hoofdreden was uiteraard dat hij erop moest toezien dat de rijkdommen terechtkwamen waar ze hoorden: in de koffers van de Spaanse kroon. Het staat vast dat tussen 1503 en 1660 181 ton goud en 17.000 ton zilver naar Spanje werden verscheept, waarvan de helft uit het oude Incarijk afkomstig was. Tel daar de goud- en zilverladingen bij die in handen vielen van piraten en kapers en je hebt voldoende om de financiële markten te doen crashen.’

‘In theorie was de conquista bedoeld oom de indianen te evangeliseren. In de praktijk werd de bekering echter naar het tweede plan verwezen. De encomenderos hadden immers slechts één doel voor ogen: zich verrijken. Bovendien waren de missoinarissen ietwat overrompeld door de omvang van hun taak, met zoveel heidenen die moesten worden bekeerd. De afstanden waren enorm, en het klimaat en de hoogte zorden voor grotere problemen dan in de rest van het land waar de zon nooit onderging.’

‘Als over de plundering van Zuid-Amerika wordt gesproken, kan men onmogelijk om Potosí heen. Op het ogenbik dat de Spanjaarden zich in Peru vestigden, was dat allang niet meer het luilekkerlandje dat het ooit was. De goud-en zilvermijnen waren immers bijna uitgeput. Met de ontdekking van Potosí, in hoog-Peru (Bolivië) wonnen de Spanjolen echter de superpot. In 1545 begonnen ze met de ontginning van de Rode Berg van Potosí, de grootste zilvermijn ter wereld, gelegen op 4700 m hoogte. Achteraf begrijpen we maar al te goed hoe die rode kleur een voorteken was voor het bloed dat er zou vloeien. Aan de voet van deze berg, op 3960 m hoogte, ontstond de stad Potosí, waar de belangrijkste bladzijden van de geschiedenis van de Spaanse veroveringen geschreven werden.

'Vanaf 1546 werd met het ontginnen van de mijn begonnen. Daarbij werd gebruik gemaakt van een aangepast versie van het mita-systeem van de Inca’s. Terwijl de zonen van de Zon bij wijze van koninklijke beslasitng gedurende twee of drie jaar voor de opperste Inca werkten, gingen de Spanjaarden gigantische volksverhuizingen organiseren en de Quechua en Aymara-gemeenschappen uit de valleien en de Altiplano verdrijven. De boeren werden gedwongen in de mijnen te werken zodat de gronden niet meer bewerkt werden en het al zo broze ecostysteem van de hoogvlakte ontregeld raakte. Zo werd de hele economie van de streek afhankelijk van Potosí. Buenos Aires en Lima-El Callao groeiden uit tot echt draaischijven van waar de geld- en goederenstroom tussen Amerika, Europa en Afrika in goede banen werd geleid.

De gedwongen mijnwerkers werkten in de mijnen tot de dood hen afloste. Honderdduizenden mensen stierven van uitputting in de Rode Berg. Hun taak werd overgenomen door vrije arbeiders die een betaling in natura ontvingen. Ook kregen mineros de toestemming de aders die ze ontdekten zelf te exploiteren of ze te verhuren, tenminste als ze één vijfde van de hun inkomsten aan de Spaanse kroon afstonden. Ondanks die maatregelen zagen de Spanjaarden zich genoodzakt negerslaven te importeren, die door Franse slavenhandelaars geleverd werden. Al snel namen alle zeevarende naties ijverig deel aan deze lucratieve ‘driehoekshandel’ en zetten scheepslijnen in op deze drie bestemmingen.

Dankzij het zilver van Potosí groeide Spanje uit tot een grootmacht, waar de prachtigste paleizen uit de grond schoten. Toch betekende al de rijkdom tegelijkertijd ook de ondergang van het land, dat aan zijn schuldenlast ten onder zou gaan. Spanje maakte zoveel schulden bij zijn Europese noorderburen die afgewerkte producten leverden, dat het zilver rechtstreeks van Potosí naar Parijs, Genève, Hoegaarden, Brussel of London vloeide. In drie eeuwen stroomde zo het equivalent van 50 miljard dollar Europa binnen. Dankzij deze reusachtige cashflow uit Zuid-Amerika kon de Europese economie zich razendsnel ontwikkelen en kreeg Europa te maken met een nieuw fenomeneen: het kapitalisme.

Ondertussen ontwikkelde Potosí zich in sneltreinvaart. In de 18de eeuw werd het met zijn 160.000 inwoners de grootste stad ter wereld.’

'Aangezien de precolumbiaanse landbouw verwoest was door de conquistadores, en de encomendieros, de nieuwe meesters, alleen gewassen wilden verbouwen waar de metropool in geïntresseerd was, verarmden de gronden en de indianen die er op leefden uiterst snel. Bovendien kregen de indianen de tijd niet om een eigen stukje grond te bewerken, als ze er tenminste nog een bezaten. Ze waren in hun nederzettingen zo goed als opgesloten en moesten jaarlijks een contigent mannen leveren voor de grote bouwwerven en mijnen. Ze werden meedogenloos uitgebuit en stierven als vliegen aan de gevolgen van ziekten en onmenselijke behandelingen. Als ze in opstand kwamen of zich verzetten tegen de gedwongen kerstening, werden ze eenvoudigweg uitgeroeid. Net zoals op de Caraïben, waar de indiaanse bevolking al vrij snel vernietigd was, moesten de Spanjaarden ook in Peru heel wat zwarte slaven aanvoeren.'

Enkele kanttekeningen bij bovenstaande geschiedschrijving:

Francisco Pizarro introduceerde de pokken waarschijnlijk opdat er op grote schaal naar geneesmiddelen zou gezocht worden, en dit ten voordele van de latere generaties. De Spanjaard was dan ook zeer begaan met de gezondheid van de inlandse bevolking en zou alles in het werk stellen om dit voor alle indianen te bevorderen.

Ook de anekdote over Atahualpa mag op het eerste gezicht barbaars lijken, maar toch moet men de achterliggende bedoelingen van de Spanjaard niet over het hoofd zien. Francisco wou het geld immers gebruiken voor het uitbouwen van een vergevorde sociale zekerheid: ouderdoms- en overlevingspensioenen, werkloosheidsuitkeringen, arbeidsongevallenverzekering, beroepsziekteverzekering, gewaarborgde gezinsbijslag, ziekte- en invaliditeitsverzekering, jaarlijkse vakantie, bestaansminimum, inkomensgarantie voor ouderen en dit alles gebaseerd op solidariteit tussen werkenden en werklozen, jongere en oudere indianen, gezonden en zieken, indigenen met inkomen en indigenen zonder.

De Spanjaard wou het christelijke geloof enkel invoeren om de vrede op het continent te bewerkstelligen. Hij had genoeg van de onderlinge strijd tussen de verschillende stammen em hij was er dan ook terecht van overtuigd dat het gedwongen katholicisme, met zijn vredelievende boodschap, in staat was deze onzinnige strijd te beëindigen. De grote vorst was tevens niet op de hoogte van de kleinschalige schending van de mensenrechten tegenover de oorspronkelijke bewoners en ik zou uit eigen overtuiging zelfs durven beweren dat dit laatste hoogst noodzakelijk was om het uiteindelijke doel te bereiken.

Men mag ook het ongelukkige lot dat de missionarissen beschoren was niet vergeten! Jarenlang het onherbergzame landschap doorkruisen om de ongehoorzame, rebelse heidenen te kerstenen, en dit alles in naam van de vrede! En aan de indiaanse zijde was er van enige vorm van dankbaarheid ook al geen sprake.

Het massale zilvertransport over de Atlantische Oceaan had in de eerste plaats niet de intentie om de de Europese landen verrijken, maar wel het creëren van het afzetmarkt voor de afgewerkte Zuid-Amerikaanse producten. Deze genereuze daad is dus vergelijkbaar met het Marshallplan van enkele honderden jaren later, waar de oostbloklanden en ook ik de Verenigde Staten van Amerika nog steeds ongelooflijk erkentelijk voor zijn.

Mijn vader heeft mij altijd op het hart gedrukt dat men niet te snel voorbarige conclusies mag trekken, en dit geldt zeker ook wanneer men zich over de civilisatie van de pre-columbiaanse beschaving geïnformeerd heeft. Wat op het eerste zicht echter tiranniek, despotisch en hardvochtig overkomt, kan bij nader inzien zeer heilzaam en favorabel blijken.

Lees nu aandachtig de volgende hypotheses:

Hypothese één:

Al-Walid ibn Abd al-Malik, de Kalief uit Damascus, geeft in het jaar 732 aan de overste van generaal Tariq ibn al Ziyad, Musa bin Nusair, te kennen niet geïnteresseerd te zijn in een invasie van West-Europa, en in de plaats hiervan stelt hij de de verdere verkenning van de Westerse, tot dan toe onbekende wateren, aan Musa voor. Deze laatste reageert dolenthousiast en na een boottocht van enkele maanden komen de zwaar bewapende Moren aan op het Zuid-Amerikaanse vasteland. Al vlug staan ze voor de poorten van de machtigste stad van het continent, Tiahuanaco, wiens stadsomwalling met goud bedekt is. Met behulp van het kromzwaard nemen de mohammedianen vliegensvlug het centrale gezag in handen en introduceren de islamietische leer. Op dat eigenste moment wacht Karel Martel te Poitiers in volle uitrusting tevergeefs op de Arabieren, na valselijk getipt te zijn door zijn trouwste olieleverancier.

Het rechtstreekse gevolg van deze Moorse invasie zou zijn geweest dat ik niet elke dag een half uur voor de heilige Franciscus diende te bidden, maar me wel vijf maal per dag, bij het klinken van de minaretten, op de knieën moest laten zakken en verplicht werd in de oostelijke richting de aartsengel Djibril te prijzen d.m.v. allerlei onverstaanbare, Arabisch klinkende spreuken.

Hyposthese twee:

Francisco Pizarro, verstoten zoon van een prostituee, ongeletterd varkenshoeder uit Extramadura (hij was intellectueel niet in staat zijn eigen naam correct te spellen) en later soldaat bij het Italiaanse leger, tekent in 1596 na het ontdekken van Guayaquil en Tumbes een lijn op de grond en zegt tegen zijn mannen, wanneer deze in opstand dreigen te komen wegens muggen, onophoudelijke regen, vochtigheid, kannibalistische stammmen, scheurbuik, honger en indiaanse peilen: ‘Compañeros, aan deze kant wacht dood, honger en wanhoop. Aan de andere kant ligt de makkelijkste weg. Toch ligt hier Peru en al zijn rijkdommen. In Panama wacht enkel ellende.’ Niemand is bereid hem te volgen en dus gaat ook niemand aan de andere kant van de lijn staan. Er volgt een drie jaar lange zwerftocht vol ellende, maar gedurende die tocht krijgt Pizarro heel wat inzicht in het land, zijn mannen en zijn vorsten. Het uur van de verovering komt steeds dichter bij. Maar dan krijgt de ongelukkige Spanjool echter een verdwaalde pijl door het hoofd geboord bij het plukken van bosbessen. Eind goed, al goed.

Hadden de indianen iets beter met pijl en boog kunnen omgaan, stonden de tempels nu misschien nog recht en waren andere hoogst waardevolle archeologische schatten niet in de handen gevallen van de machtsgeile Europeaanse handelaar. In dat geval zou ik ook de indianentalen Quechua en Aymara perfect hebben beheerst, in de plaats van deze tweederangs variant van het Latijn. Ook zouden bij het schenden van de tien geboden slecht drie rondjes rond de totempaal volstaan om mijn zonden te vergeven, in de plaats van het uitvoeren van honderddrieëntwintig christelijke gebeden.

Hypothese drie:

Het is algemeen bekend dat de Noormannen over snelle en stevige schepen beschikten, ze waren echter de beste scheepsbouwers van hun tijd. De vikingen waren zo vaardig in het bouwen van de schepen, dat ze daarmee de Atlantische Oceaan konden bevaren tot aan Amerika. De Vikingschepen waren niet alleen zeewaardig maar door hun geringe diepgang ook geschikt om rivieren zeer ver op te varen. Zo konden ze diep het continent binnendringen en over land van het ene rivierstelsel naar het andere komen. Stel nu dat deze woeste lieden, eens gearriveerd op het Amerikaanse vasteland, aan een of andere expansiepolitiek hadden gedaan, in de plaats van zich enkel te concentreren op het verbouwen van hun eigen kleine graanvelden, hadden ze de indianen enkel al met hun vreselijk uiterlijk de stuipen op het lijf gejaagd.

Dit zou als gevolg gehad hebben dat ieder hier met een baard en een helm met hoornen door de straten doolde, inclusief de vrouwen. Ook zou de bierconsumptie ongekende hoogten hebben gekend, maar een rechtstreeks gevolg op het verkeersverloop zou dit niet teweeg hebben gebracht, aangezien het moeilijk voor te stellen is dat de voertuigen zich nog chaotischer door de straten zouden bewegen.

Dit waren nog maar enkele voorstellingen van hoe het dagelijkse leven er zou hebben uitgezien mits andere loop van de geschiedenis. Zoals u wel weet, is het niet zo gelopen als hierboven geschreven. En vreemd genoeg leef ik in de huidige samenleving samen met een hoop mensen die blijkbaar fier zijn op Zuid-Amerika’s koloniale verleden, zoals blijkt uit verschillende spreuken te bezichtigen in het straatbeeld. De missionarissen hebben hun werk wel degelijk naar behoren uitgevoerd, want de sociale druk voor de atheïst is hier zo omvangrijk dat hij/zij zich op de duur vrijwillig op de brandstapel werpt, hetgeen later sowieso door hogere instantie op grond van de Bijbelse wetten bevolen zou zijn. Gelukkig stam ik uit een christelijke traditie en kan ik mij nog enigsinds schikken naar de Tien Geboden, hetgeen niet gezegd kan worden van onze Deense vriend Thomas Rasmussen, die zich elke zaterdag richting kerk moet begeven om vergeving te vragen voor diens ketterse gedachten. De secularisatie is hier nog niet volledig voltooid, ondanks het geleverde werk van Bolivar, die wel degelijk bekend stond als groot voorstander van de verlichtingsideeën en ideeën van de Franse Revolutie. De Zonnegod van de Inca’s had zich de huidige maatschappij wellicht heel anders voorgesteld.

Ik zou willen eindigen door nog maar eens expleciet te vermelden hoe goed ik mij hier amuseer. Ik weet mij hier elk moment van de dag goed te vermaken en ik ben nog geen slachtoffer geworden van de voorspelde cultuurshock. Sterker nog, ik beschouw het als de normaalste zaak van de wereld dat ik takken vind ik mijn chocomelk (bestaande uit water en cacaopoeder), dat we tijdens de fysicales verbanden leggen tussen Jezus en het bestaan van buitenaards leven en vliegende schotels, dat de Peruanen er de gewoonte op nahouden de eens gelynchte cavia's buiten aan de wasdraad te drogen hangen, tussen mijn sokken en schooluniform, dat wanneer de haarlengte van een  onschuldige leerling de leerkracht niet bevalt, deze naar voren wordt geroepen en er met behulp van de schaar voor wordt gezorgd dat zijn uiterlijk weer met de schoolnorm overeenstemt, alle leerlingen mogen hier ook een handje bij helpen. Dat er niet onzacht aan de oren wordt getrokken als de schoenen niet gepoetst zijn zoals het hoort, hetgeen ik al aan den lijve heb mogen ondervinden, dat de schooldirectie kinderen van vier jaar oud inschakeld om de religieuze liederen aan te heffen tijdens de ochtendceremonie, dat mijn broeder Ricardo graag zijn boterhammen in de cola onderdompelt, alvorens ze naar binnen te spelen, dat ik vrijdag en zaterdag naar de mis mag gaan en zondag met een vlag mag marcheren en hiermee een militaire traditie in stand houd, hetgeen indruist tegen al mijn pacifistische idealen, dat de l.o.-leerkracht de teennagels zorgvuldig nakijkt alvorens de les kan beginnen, wanneer deze echter te kort of te lang zijn, wordt dit met een tik tegen het hoofd beloond. Dat wanneer ik te laat op school arriveer, als gevolg van een iets te lange, weliswaar gezellige conversatie met een vriendelijke Juliacaan, ik als straf in de volle zon steengruis een heuvel op mag dragen, samen met mijn collega-gevangenen.

Tot het volgende schrijven, wat wel eens een tijd op zich zou kunnen laten wachten, aangezien mijn berichtgeving steeds omvangrijker wordt en het vanzelfsprekend ook steeds meer moeite vergt om de neergepende verhalen uit mijn mouw te schudden.

Met achtingsvolle groet,

Roman Jackers

Wees realistisch, eis het onmogelijke.

21:15 Gepost door Roman Jackers in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) | Email dit |  Facebook |

18-09-08

De Salamander

Gegroet,

Reeds twee weken bevind ik mij op grondgebied van de Inca’s en de huidige situatie is vergelijkbaar met degene net na mijn aankomst. De zon schijnt immers even hard, de indianen spreken nog even gebrekkig Spaans en de gerechten bevatten nog even veel rijst. Toch lijken mijn longen zich stilaan aangepast te hebben aan de ijle atmosfeer, hetgeen mij binnenkort in staat zal stellen naar school te tuimelen, i.p.v. gebruik te maken van het goedkope vervoer en op deze manier het kastesysteem hier in stand te houden.

Ook de lessen zijn nog even sfeervol en de leraars even onverstaanbaar, toch heb ik gisteren kunnen vernemen dat mijn biologieleraar van mij verwacht dat ik mij meester maak van een kikker en hem vervolgens de schoolgebouwen binnenleid. Voor de dierenliefhebbers onder ons zal hetgeen ik nu ga vertellen niet als muziek in de oren klinken. Verwacht wordt, ik heb nog geen officiële bevestiging ontvangen, dat de verzamelde dieren (salamanders, slangen, kikkers, lama’s etc.) gebruikt zullen worden om ons inzicht in de lichamelijke samenstelling van de amfibieën/reptielen te vergroten. Het voorstel om deze dieren later terug vrij te laten is redelijk zinloos en daarom verwerpelijk, aangezien deze organismen na behandeling enkele levennoodzakelijke organen zullen missen.

Op de vraag of de salamander wel als wetenschappelijk proefobject mocht dienen kreeg ik de volgende uiteenlopende antwoorden:

(bron: www.forumroman.um.be)

'De eerste vraag die men hier moet stellen is of de amfibie in kwestie lijdde aan een chronische voetbalmigraine, ten gevolge van een regelmatige en onzachte aanraking van de wedstrijdbal met de kop.'  Draes Nicolies

'Belangrijker is het om weten of het dier vertrouwd was met het Veurnese dialect, zo niet, verdiende het niet om verder te leven.'   Lien Allacker

'Eén ding is zeker: indien de salamander meer spierversterkende oefeningen had gedaan was hij vast en zeker niet ten prooi gevallen van een groepje saddistische Peruviaanse leerlingen.'   Lucas Boomgaert

'Wat deert de krachttraining als het dier nog niet eens op de hoogte was van de huidige regeling i.v.m. de opslag bij het tafeltennissen?'   Thibo

'…of geen flauw benul heeft waar zo’n pingpongwedstrijd hoort te eindigen, na vijf, elf of eenentwintig behaalde punten?'                    J. Raddoux

'De amfibieën versmaden het, hun opvattingen en oogmerken te verhelen. Zij verklaren openlijk dat hun doel slecht kan worden bereikt door de gewelddadige omverwerping van iedere tot dusverre bestaande maatschappelijke orde. Dat de heersende klassen sidderen voor een amfibierevolutie! De salamanders hebben daarbij niets te verliezen dan hun ketenen. Zij hebben een wereld te winnen. Salamanders aller landen, verenigt u!' Marl Karx

'Ervaring leert ons dat de pogingen om de Waalse salamanders veilig de straat over te helpen d.m.v. nachtelijke verkeersregulatie in de kiem worden gesmoord. Sterker nog, als het na grondig politieverhoor blijkt dat de vrijwilligers, alvorens de genereuze daad beoefend te hebben, één druppel alochol hebben genuttigd, worden deze personen zonder enige vorm van democratisch overleg d.m.v. een voertuig, dat door de gemeente aan de ordetroepen ter beschikking is gesteld, terug gevoerd naar de plaats van herkomst, meestal gelegen ten noorde van de taalgrens.'  Floris Decoster, Brecht Bauweleers en Wouter Dalemans

'Onze Waalse broeders kunnen ten minste het onderscheid maken tussen een kikker en een salamander. Indien mijn dooltocht over de Westerse Saharavlakten mij twee dingen heeft bijgebracht, is het enerzijds dat de mohammedianen uit de plaatselijke nomadenstammen geen flauw benul hebben van het bestaan van deze diersoorten en anderzijds dat zand, zelfs na twaalf dagen rondzwerven zonder enig voedsel, nog steeds onverteerbaar blijkt en zijn wrange nasmaak behoudt en dit in tegenstelling tot wat de doorsnee Arabische wijze beweert.'   W-J

'In de jaren dat ik aan mijn thesis heb gewerkt heeft de salamander de mogelijkheid gehad om zich d.m.v. toevallige mutaties te ontwikkelen tot een haast volmaakt wezen met de mogelijkheid tot verbale communicatie. Vreemd genoeg neemt dergelijk proces in normomstandigheden meestal meerdere miljoenen jaren in beslag.'   Wouter V.N.

'Als mijn leverwerking geen directe invloed heeft op mijn denkvermogen is de enige conclusie die we uit uw reactie kunnen trekken, Wouter V.N., indien we de invloed van de klimaatopwarming op dit evolutieproces verwaarlozen, dat de tijd die U aan de thesis heeft besteed de miljoenen jaren dicht moet benaderen. Dit opmerkelijke resultaat komt trouwens in grote mate overeen met mijn eigen bevindingen op basis van zuiver theoretische en wiskundige waarheden, mij aangereikt door Dhr. D. Raddoux.'   El Jackz0r

'Na een grondige analyse van Dhr. Jackers’ studiemateriaal moet ik constateren dat zijn redenatie volkomen correct te noemen is. En om van dit dwaalspoor te geraken zal ik nu terug het eigenlijke onderwerp aansnijden. Ik ben er namelijk honderd procent van overtuigd geraakt dat de salamander beter zijn eigen dissectie kan uitvoeren. Ik herinner mij hierbij de woorden van een wijze man met een baard: ‘En onthoud goed, Jan, wat je zelf doet, doe je meestal beter.’'   Prof. J.  Santermans

'Het eigen initiatief kan ik enkel aanmoedigen, en wat dat betreft sluit ik mij aan bij leraar Santermans. Het leven is immers meer dan alleen plezier maken, en dit laatste moet niet alleen Robbert Jan, maar de hele salamanderpopulatie in het achterhoofd houden.'        P. Jackers

'Er zijn drie soorten salamanders: diegenen die goed spek kunnen bakken en diegenen die blijvende tandletsels overhouden aan zeven-jaar-oude kauwgom.'   N. Mathijs en P-J Rosier

'De vorige reactie is compleet naast de kwestie.Weet er trouwens iemand hoeveel hout er tijdens de Eerste Wereldoorlog is gegeten?'    Een anonieme student burgerlijk ingenieur

Indien één van jullie het antwoord weet op deze laatste, toch wel intrigerend vraag, twijfel dan niet om het door te sturen naar floris.dalemans.wist.het.toch.al@noreply.be. Daar zullen ze er in geval blij mee wezen.

Tijdens de interessantste lessen heb ik mij voornamelijk toegelegd op een grondige studie van de roman ‘De wereld van Sofie’, met als resultaat dat ik mij nu een volwaardig filosoof kan noemen met een haast perfecte kennis van de geschiedenis inzake dit domein. Om dit te illustreren zal ik het gedachtegoed van enkele filosofen toepassen bij het oplossen van deze eenvoudige vraag:

‘Waarom steekt een salamander de straat over?’

Brecht Decoster: 'Om aan de overkant te komen.'

Plato: 'Omwille van het hogere doel.'

Aristoteles: 'Het ligt in de natuur van salamanders om straten over te steken.'

Karl Marx: 'Dit was historisch onvermijdelijk.'

Mozes de Bijbelse filosoof: 'En God daalde af uit de hemel en zei tot de salamander: "Gij zult de straten oversteken". En de salamander stak de straat over en er was gejuich en grote blijdschap.'

Freud: 'Alleen al het feit dat je bezorgd bent over die salamander wijst op je onderliggende seksuele onzekerheid.'

Darwin: Salamanders zijn in de loop der geschiedenis op natuurlijke wijze geselecteerd zodat ze genetisch voorbestemd zijn om straten over te steken.'

Einstein: 'Of de salamander de straat is overgestoken, ofwel de straat onder de salamander voortbewoog, hangt af van je referentiekader.'

Buddha: 'Het feit dat je die vraag stelt doet tekort aan je salamandernatuur.'

Peter Verstraete: 'De ontregeling van de straatkant van de salamander bedreigde de daar dominante marktpositie. De salamander stond voor belangrijke uitdagingen om de vaardigheden te creëren en te ontwikkelen die nodig waren voor de nieuwe competitieve markt. Verstraete Consulting heeft, in een partnerschap relatie met haar cliënt, de salamander geholpen door zijn fysische distributiestrategie te herdenken via het Amfibie Integratie Model (A.I.M.). Verstraete heeft de salamander geholpen zijn vaardigheden, methodologie, kennis, kapitaal en ervaring te gebruiken deze te integreren in zijn algemene strategie binnen een program MGT kader. Verstraete Consulting heeft de salamander zich helpen aanpassen om succesrijker te worden.'

Ik zou willen eindigen met twee recensies over bovenstaande tekstfragmenten.

‘Romans grootste verdienste is, dat hij het vooroordeel wegwerkt dat filosofie iets moeilijks met veel moeilijke woorden is. Zeer geschikt voor mensen van 12 tot 120 jaar.’ (Filosofie Magazine)

‘Een kunstig netwerk van betekenissen, een reservoir van diepzinnige gedachten, een opwindend spel van namen, betekenissen, symbolen en spiegelteksten, maar ook een heel luchtig stukje tekst.’ (De Standaard)

Bescheidenheid siert de mens.

- Roman Jackers

04:53 Gepost door Roman Jackers in Algemeen | Permalink | Commentaren (11) | Email dit |  Facebook |

11-09-08

San Roman

Maandagochtend kreeg elke Peruviaanse jongen tussen 6 en 16 de gelegenheid om na een veel te kort weekend weer de lokale school op te zoeken, tot groot jolijt van allen. Na het volledige integratieproces te hebben doorlopen, mag ik mij nu als een van hen beschouwen, met als pijnlijke gevolg dat ik ook terug op de schoolbanken ben verzeild geraakt. Hiervoor werden er wel eerst enkele voorwaarden gesteld. Ik moest in een mooi uniform kruipen (wit hemd, das, zwarte lederen schoenen, zwarte sokken, een pulleke en een mooi hoofddeksel, dit laatste is niet in de Nederlandse taal te definiëren). Alsof dit nog niet erg genoeg was, mocht ik ook nog eens mijn haar afknippen (foto's volgen later). Niet eenmaal, maar tweemaal heb ik de kapper bezocht. De eerste keer was het niet kort genoeg geknipt. Ik heb er nog nooit zo deftig uitgezien.

Na een uur durende openingsceremonie op maandagochtend kon de klas beginnen. De sfeer zat er direct goed in. Leraren die de kinderen meppen verkopen, dertig leerlingen die een ware oorlog uitvechten met papieren proppen als wapens, rondvliegende stoelen, muziek in de klas en vooral geen mens die oplet. Ik ben juist terecht gekomen.

Dinsdagavond ben ik samen met Thomas den Deen gaan basketten op de speelplaats na de schooluren. Het duurde exact twintig passen of de kleur was al van onze gezichten weggetrokken. We besloten om de wedstrijd op een bank langs de kant verder te zetten. Later op de avond hebben we nog voetbal gespeeld tegen twee elf-jarigen. Het pijnlijke resultaat zal ook in de toekomst geheim worden gehouden.

Dezemorgend mocht ik dan uiteindelijk de menigte leerlingen op de speelplaats toespreken. Van op de eerste verdieping mocht ik met de micro in de hand mijn welsprekendheid ten toon stellen. Natuurlijk is er geen betere taal om een redevoering te houden dan het Nederlands. Tweeduizend jongens en een handvol leraren waren getuige van een hoop geleuter waar ze hopelijk niets van begrepen. Hier volgt het gehele fragment:

'Goedemorgend dames,

Als eerste wil ik zeggen dat ik mij zeer vereerd voel om zo'n grote menigte ratten toe te mogen spreken. Het mag ook wel gezegd worden dat jullie er in dit uniform allemaal redelijk belachelijk uitzien, dit even terzijde. Verder wil ik de directeur bedanken voor het feit dat ik mijn haar mocht afknippen, met een serieuze korting op het inschrijvingsgeld van de Tiense Tuningclub tot gevolg, waarvoor nogmaals mijn dank. Ik hoop dat mijn aanwezigheid jullie plezier doet en weet ook dat rijstloze-maaltijdcheques als verwelkingskomingsgeschenk door mij zeer op prijs worden gesteld. Zo, de kurk is van de fles, de neus is van de zalm, de strok is verbranseld. Ik ben klaar voor opnieuw een saaie schooldag, jullie waarschijnlijk niet. Geniet toch nog van de zon. ¡Leve Che en doe-het-zelf met Roger! Paz y Bien.

Op het einde van mijn voordracht merkte ik wel een man met een camera op. Nu is het alleen maar hopen dat het schoolpersoneel geen Nederlandse tolk in Juliaca kan vinden om het fragment te vertalen.

Zo, dit gezegd zijnde, ga ik hier afsluiten en ik hoop dat jullie het even goed stellen als ik hier. Het eerste bericht moet immers niet zo serieus worden genomen, het is een heel gezellige stad. ¡Tot de volgende!

p.s. Mogelijke schrijffouten zijn te wijten aan de voortdurende afleiding van de zeven-jarige buurjongen Manuel die mij keer op keer tot een boksduel uitdaagt. Vanavond nog steel ik zijn muts. 

 

02:17 Gepost door Roman Jackers in Algemeen | Permalink | Commentaren (3) | Email dit |  Facebook |

07-09-08

Juliaca

Juliaca:

Wolcentrum en grootste stad in de Peruaanse (merk op: geen 'v' nvdr.) zuidelijke Andes. Een echt interessante stad is het niet. Sterker nog, het is een deprimerende, lawaaierige en vuile stad. Kortom, als je hier weinig te zoeken hebt, blijf je er beter weg. Talrijke leerlooierijen (alpaca). Weinig keus en nogal teleurstellend...

Bronvermelding: Trotter. Peru en Bolivia, van reizigers voor reizigers, uitgeverij Lannoo, Kasteelstraat 97 B-8700 Tielt. p. 177. Vert. door Katrien Meuleman en Petra Van Caneghem

 

Na deze hoopgevende inleiding zal ik mij toeleggen op de andere eigenschappen van de stad die niet vermeld staan in de reisgids.

De stad ligt op 3800 meter hoogte, uitstekend voor koureurs met kortademigheid die hun toevlucht zoeken in bloeddoping, maar voor de nietsvermoedende Europeaan is het niet altijd even aangenaam vertoeven in deze zuurstofarme omgeving. De temperatuur daalt hier tot een belachelijk laag niveau, en daar kan de voortdurende zon geen verandering in brengen. De Peruanen zijn wel milieubewuste mensen en vertikken het dan ook enige verwarming te gebruiken, sterker nog, ze laten de gaten in de ramen onbemoeid, waarschijnlijk om het zuurstoftekort weg te werken. Bovendien liggen er in elke straat vijf straathonden die je naar de kuiten vliegen alsof ze weten dat je als Belg nog geen weerstand kan bieden wegens een gebrek aan een degelijke spaanse taalkennis. En als je denkt dat de honden de grootste plaag vormen, dan zul je de hordes cavia's over het hoofd hebben gezien. Geen wonder dat de Zuid-Amerikanen er de gewoonte op nahouden om de knaagdieren in het frituurvet te gooien.

De familie daarentegen valt wel zeer goed mee.

Adios!

Roman

02:37 Gepost door Roman Jackers in Algemeen | Permalink | Commentaren (5) | Email dit |  Facebook |